‘Wat een lawaai!’ Een imposante Chinook-helikopter vliegt over het Groene ...

Door Jeroen Hinloopen 23 jan 2026

Het verkeerde getal

‘Wat een lawaai!’ Een imposante Chinook-helikopter vliegt over het Groene Hart. ‘Wat doet die nou hier?’ ‘Defensie heeft meer ruimte nodig. Ook om te vliegen met helikopters. Dit zullen we vaker gaan zien.’

Verrassend veel politieke partijen zijn het over een punt met elkaar eens: Nederland moet structureel meer uitgeven aan defensie. Partijen verschillen van mening over de snelheid waarmee deze uitgaven opgehoogd moeten worden, maar het doel wordt breed gedeeld: op termijn moeten de defensie-uitgaven 3,5 procent van het bbp bedragen, zodat voldaan wordt aan de niet-bindende NAVO norm.

Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat er in 2025 geen 22 miljard euro aan defensie werd uitgegeven, maar 36 miljard euro. De gevolgen van deze budgettaire verschuiving zijn groot. Niet alleen is er structureel minder geld beschikbaar voor andere overheidsuitgaven, defensie zal ook een groter beslag leggen op alle beschikbare productiefactoren.
Iemand die voor defensie werkt, staat nu eenmaal niet voor de klas of aan het ziekenhuisbed. Er kunnen geen huizen gebouwd worden op een militair oefenterrein. Een dronesfabriek gebruikt grondstoffen die elders niet ingezet kunnen worden. Kortom: een structurele ophoging van de defensie-uitgaven betekent een structureel andere inrichting van onze economie.

Overheidsuitgaven worden regelmatig gerechtvaardigd door te wijzen op een fundamentele macro-economische uitkomstvariabele: de multiplier. Dit magische getal zag in 1931 het licht in een verhandeling van de Britse econoom Richard Kahn over de werkgelegenheidseffecten van overheidsuitgaven.
Het was zijn leermeester John Maynard Keynes die de multiplier vijf jaar later onsterfelijk zou maken in zijn monumentale werk The General Theory of Employment, Interest and Money. Het idee achter de multiplier is simpel en overtuigend: een overheidsuitgave zet een economische kettingreactie in gang waardoor er meer opbrengsten zijn dan alleen de directe opbrengsten. Vandaar de naam ‘multiplier’.
Kahn werkte dit idee uit voor overheidsuitgaven die kunnen leiden tot een meer dan evenredige stijging van de werkgelegenheid.
Keynes liet zien dat overheidsuitgaven in het algemeen meer dan evenredige opbrengsten kunnen hebben.

Politici wijzen graag op vermeende multipliers. Want bij een positieve multiplier worden ‘hun’ overheidsuitgaven op termijn dubbel en dwars terugverdiend. En dus verschenen er verhandelingen over de defensiemultiplier. Deze zou groot kunnen zijn, zeker op de lange termijn. Zo dienen defensie-uitgaven niet alleen een veiligheidsbelang maar ook een economisch belang.
Er is wel één probleem: het is onmogelijk dat alle multipliers tegelijkertijd positief zijn. Want dan zitten we in een denkbeeldig economisch perpetuum mobile en groeit de economie als vanzelf tot in het oneindige. In werkelijkheid wordt de economische groei aan alle kanten begrensd door onvermijdelijke randvoorwaarden. Nederland is maar zo groot en beschikt over een eindige voorraad productiefactoren. Daar komt bij dat de productiefactoren waar defensie op aast nu ook al ingezet worden. Om de extra defensie-uitgaven in te vullen, zullen er elders in de economie productiefactoren onttrokken moeten worden. Productiefactoren die al productief zijn. En hoe worden deze productiefactoren vervolgens aangewend? Voor de productie van goederen en diensten waar we hopelijk nooit gebruik van hoeven te maken.
Daarom is de defensiemultiplier waarschijnlijk negatief. Want door de ophoging van de defensie-uitgaven worden er productiefactoren onttrokken aan een productieve activiteit en ingezet voor een niet-productieve activiteit.

Maar wat leert een negatieve defensiemultiplier ons? Moeten we serieus overwegen om de defensie-uitgaven dan maar niet te verhogen? Of moeten we het economenverhaal in een bredere context plaatsen? De structurele ophoging van defensie-uitgaven is immers politiek en militair gemotiveerd.
Sinds de inval van Rusland in Oekraïne en de afnemende betrokkenheid van de Verenigde Staten bij de Europese veiligheid zijn in Europa de alarmbellen gaan rinkelen. We zullen in toenemende mate zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze veiligheid. Rekening houden met de waarde van de defensiemultiplier is afgaan op het verkeerde getal.
Want wat is de waarde van veiligheid?
Zelfs economen zal het te ver gaan om daarop te antwoorden: ‘economische groei.’ Veiligheid is een voorwaarde om een samenleving überhaupt te laten functioneren. Geen multiplier die dat weet te vangen.

‘Weet je wat één zo’n helikopter kost?’
‘Ik zou het niet weten.’
‘Bijna dertig miljoen euro. Dertig miljoen! En wat doen ze er mee? Rondjes vliegen over een weiland.’
‘Volgens mij is het belangrijk om te laten zien wat we aan defensie in huis hebben. En dat we bereid zijn om het te gebruiken als dat moet. Als dat onze veiligheid garandeert, zitten we voor een dubbeltje op de eerste rang.’

Jeroen Hinloopen is lid van de directie van het Centraal Planbureau, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdauteur en eindredacteur van Praktische Economie.
Reacties naar: j.hinloopen@uva.nl

Nog geen reacties

Schrijf een reactie
Naar het blog overzicht